Zandstralend

Meedoen aan De Zestig van Texel begint al een heuse traditie te worden. Voor de vierde keer op rij sta ik aan de start. Ik loop weer samen met Tamara, met wie ik al eerder twee Texeltochten volbracht. De weersverwachtingen beloven weinig goeds. Een natte dag met windkracht zeven uit het noordwesten. Daar zullen we vooral in de eerste helft van de race last van krijgen.

Naar Texel

Zondagochtend om iets voor zeven uur vertrek ik samen met Lút uit Groningen. Bijna twee uur later arriveren we in Den Helder. We kunnen de auto zowaar naast de vertrekhal parkeren. Binnen drinken we iets warms en stappen een half uur later op de boot naar Texel. Daar treffen we Bram, Eva en uiteindelijk ook Tamara en haar moeder.

We zijn gearriveerd in Den Helder.

Rukweer

Op het eiland is het weer aanvankelijk behoorlijk ruk. Daarom schuilen we eerst zo’n twintig minuten binnen in een restaurant. Als het is opgeklaard lopen we door naar het startvak en geven onze tassen af. In de tussentijd hebben we Richard getroffen, met wie we de eerste kilometers samen optrekken. Gelukkig is het in de aanloop naar de start redelijk droog.

Onze tassen gaan in de rekken.

Het startvak.

Startselfie met Tamara en Richard.

Onstuimige start

Een minuut voor de start barst echter een flinke hagelbui los. Capuchon op en gaan! We zien de lol er wel van in. We lopen om de Mokbaai heen en gaan op weg naar het strand. Op het smalle onverharde stuk is het filelopen, maar op het strand is er voldoende ruimte voor iedereen.

Daar gaan we in de hagelbui. (foto: Edgar)

Filelopen.

Op weg naar het strand.

Strand deel 1

Zoals verwacht hebben we hier de wind vol tegen en worden we gezandstraald. Het zand waait hard tegen onze blote benen aan. De tegenwind kost zoveel kracht, dat we al snel een groepje opzoeken. Kop over kop breken de voorste lopers de wind voor de anderen, waarna het kopwerk door anderen wordt overgenomen. Toch heeft Tamara het lastig en kan de groep niet bijbenen. Daarom schakelen we even terug naar ons eigen tempo. Tamara zit even in een dipje, maar gelukkig zien we verderop huisfotograaf Bjorn. Tamara leeft weer op en zandstralend begroeten we Bjorn.

Het eerste stuk strand.

Kop over kop.

Zandstralend op het strand. (foto: Bjorn Paree)

Beschutting

Na ruim 11 kilometer verlaten we het strand. Vanaf hier hebben we een paar kilometer beschutting. In De Dennen hebben we totaal geen last van de wind en begint het zelfs warm aan te voelen.

Door De Dennen.

Zandstralen

Dat comfort duurt niet lang. Na zo’n 17 kilometer draaien we de duinen in en voelen we de wind weer. Bovenop de duinen worden we keihard gezandstraald. Inmiddels heb ik vooral een ander probleem: pijn in mijn onderrug. Dat is een kwaal waar ik vaker last van heb, maar nu is de pijn heftig.

Klimmen door de duinen.

Zandstralen.

Strand deel 2

Het tweede stuk op het strand loop ik dan ook totaal niet soepel. Ik probeer een lekkere cadans te vinden, maar vooralsnog lukt dat niet. Als Lút ons inhaalt kan Tamara simpel bij hem aanhaken, maar ik moet even passen. Als we na zo’n vier kilometer bij Paal 21 het strand verlaten worden we weer flink gezandstraald.

Het tweede stuk strand.

Van het strand af na 22 kilometer.

Paracetamol

Terwijl Tamara bij de verzorgingspost het zand uit haar schoenen klopt, neem ik paracetamol en zeg tegen haar dat ik rustig doorhobbel. Ik moet nu in beweging blijven. In het stuk door natuurgebied De Nederlanden trekt mijn rugpijn langzaam weg en kom ik weer in een lekkere cadans. Helaas wel zonder Tamara.

Doorhobbelen. (foto: Edgar)

Door natuurgebied De Nederlanden.

Door natuurgebied De Nederlanden.

Sluftervallei

Bij de Sluftervallei klimmen we naar de andere kant van de duinen. Ik zit vlak achter Lút en probeer hem in het vizier te houden. De klim geeft mij ook even de gelegenheid om een flesje drinken te pakken.

Klimmen.

De Sluftervallei.

Naar de vuurtoren

Over het fietspad lopen we verder naar het noorden, naar de vuurtoren. Ineens word ik bijgehaald door Lút, die ik bij de verzorgingspost heb ingehaald. We lopen enkele kilometers samen, maar hij loopt eigenlijk net een tikkie te snel voor mij. In de buurt van de vuurtoren loop ik weer alleen. Nog zo’n 25 kilometer te gaan.

Aan de andere kant van de duinen.

Op weg naar de vuurtoren.

We komen dichterbij.

Daar is ie!

Waddenkust

Bij de waddenkust heb ik de wind in de rug. Het is niet dat ik over het parcours vlieg, maar toch tikken de kilometers wel lekker weg. Bij Prins Hendrik heb ik er al meer dan een marathon opzetten en zet ik koers naar de dorpjes Oost en Oosterend.

Langs de waddenkust.

Over de Lancasterdijk.

Onderweg naar de molen.

Oosterend

Helaas spelen mijn rugklachten geleidelijk weer op, maar met paracetamol en korte wandelpauzes kan ik goed in beweging blijven. Inmiddels komt Oudeschild in zicht en zie ik op de dijk de eerste lammetjes van dit jaar. Eenmaal de haven van Oudeschild voorbij is het nog maar vijf kilometer naar de eindstreep.

Door Oosterend.

Op weg naar Oudeschild.

Lammetjes!

Langs de haven van Oudeschild.

Eindstreep

In de laatste kilometers heb ik weer tegenwind, maar ik kan de stal al ruiken. Na ruim zestig kilometer bereik ik de eindstreep. Juichmomentje! Ik krijg door Henri de welverdiende medaille om mijn nek gehangen en loop naar binnen voor een kopje soep. Helaas, die is al op. 🙁

Nog één kilometer!

Binnen! (foto: Bjorn Paree)

De welverdiende medaille.

Hostel

Binnen tref ik Lút, die al ruim tien minuten binnen is. Al snel komt ook Tamara het hostel binnengehuppeld. Ze zat maar een paar minuten achter mij en heeft heerlijk gelopen. In het hostel kunnen we douchen. Kennelijk weten ze dat ik uit Groningen kom, want ik krijg de beste kamer van het huis: nummertje 050.
Eenmaal opgefrist bezoek ik ook even de herinneringsplek voor de onlangs overleden Martien Baars, organisator van het eerste uur van De Zestig van Texel.

Douchen in de beste kamer van het huis: 050.

De herinneringsplek voor de onlangs overleden Martien Baars.

Naar de boot

Tijd om weer te vertrekken naar het vasteland. Helaas past niet iedereen in de pendelbus, zodat we moeten wachten tot de bus terugkeert. Veel lopers wachten dat niet af en liften alvast naar de haven. Gelukkig keert de bus nét op tijd terug voor de herkansing. In de haven hebben we nog twee minuten over, maar we hebben het gehaald. Tijd voor een finishersbiertje!

Met de bus naar de boot.

Finishersbier.

Vette bek

In Den Helder knort de maag. Gelukkig is daar snack- en grillbar Ambrosia. Alsof we de jaren tachtig binnenstappen! Aan het interieur van dit etablissement is al decennia niks veranderd en dat is maar goed ook. We laten ons het patatje goed smaken in deze authentieke ambiance. Met een volle maag terug naar Groningen!

Snacken bij Ambrosia.

Authentieke inrichting.

Texel, bedankt!

Het was weer een onvergetelijke dag. Natuurlijk, door het onstuimige weer was het misschien wel de zwaarste editie van De Zestig, maar het was vooral weer als vanouds genieten. Organisatie, vrijwilligers en medelopers, bedankt! Graag ben ik er in 2026 weer bij.

Texel bedankt!

Misschien vind je de volgende berichten ook leuk...

2 reacties

  1. Marcus Stichmann schreef:

    Ein schöner Bericht – ohne uns zu kennen sind wir viele Kilometer dicht beieinander gelaufen.
    Marcus (60293)

    • Nico schreef:

      Hallo Marcus, danke schön. Es war eine unvergessliche Lauf.