Petranpad
Over de Petranpad Ultra Trail hoorde ik goede verhalen en dus zette ik deze ultraloop op mijn verlanglijst. Elk jaar probeer ik een of meerdere loopjes van deze lijst af te tikken, want leuke dingen moet je niet te lang uitstellen en zo kom je nog eens ergens. In dit geval in Noord-Limburg.

Het Petranpad
Het Petranpad is uitgestippeld door twee fanatieke wandelaars uit de gemeente Horst: Pieter Hoeben en Jan Holthuis. Petran is een verbastering van hun voornamen. De wandelroute van 112 kilometer verbindt het hoogveengebied van de Peel met akkers, heide, bos en het beekdal met de uiterwaarden van de Maas. Een verscheidenheid aan natuur.
Jubileumeditie
De Petranpad Ultra Trail bestaat sinds 2020 en is alweer toe aan de vijfde editie. Een jubileum. De ultraloop is bedacht voor Theo en Karin Lamers. Zij hebben een kleinschalig evenement voor ogen met persoonlijke aandacht voor de lopers. Daarom hanteren ze een limiet van gezamenlijk honderd deelnemers voor de twee afstanden 64 en 112 kilometer. Uiteraard volgt de ultraloop grotendeels de gemarkeerde wandelroute, maar op enkele punten wijkt het parcours een beetje af. Het is dus noodzakelijk om met navigatie te lopen. Dit jaar lopen we de route linksom.
Op naar Limburg
Vanuit Groningen ligt Limburg niet om de hoek. Bovendien start de 112 kilometer al om 5 uur ’s ochtends en na afloop heb ik geen zin om nog terug te rijden. Daarom boek ik twee overnachtingen in de buurt.
Op vrijdagmiddag neem ik de trein naar Venray en pak daar een OV-fiets. Het is zo’n tien kilometer fietsen naar mijn accommodatie. Onderweg kom ik langs startlocatie ’t Kasteelke in Meerlo. Zo kan ik meteen mijn startnummer plus tracker ophalen en kennismaken met Theo en Karin.

Hallo Venray!

OV-fietsen voor de deur.

’t Kasteelke in Meerlo.

Startnummer en tracker ophalen.
Wateroverlast
Een dag eerder heeft het flink geregend in Noord-Limburg. Vanwege de wateroverlast moet de route op het laatste moment nog twee keer gewijzigd worden. Naast het kasteeltje is goed te zien hoe de doorgaans rustige Groote Molenbeek is veranderd in een kolkend riviertje.
Snacken
Ik moet natuurlijk wel een stevige bodem leggen voor de tocht. Gelukkig beschikt Meerlo over John’s Restaria. Ik heb een zwak voor snackbars waar al minimaal vier decennia nauwelijks iets is veranderd aan het interieur.
Spijtig genoeg staat er geen frietei op de kaart. Het vergelijkend warenonderzoek met de Groningse aaierbal moet ik tot een later moment bewaren. Een zigeunerschnitzel dan maar. Mja, helaas geen aanrader.

Snacken bij John’s Restaria.

Authentieke inrichting.
Verblijfje
Vier kilometer verderop in Swolgen is mijn verblijfje: Studio Oosterloo op camping De Okkernoot. Een knus hokje dat veel door wandelaars wordt geboekt. Ik word zeer gastvrij ontvangen en neem mijn intrek. Ik tref de laatste voorbereidingen voor de race en ga om negen uur naar bed.

Studio Oosterloo.

Een knus verblijfje.
Naar de start
Om half vier sta ik op. Aankleden, ontbijten en op de fiets naar Meerlo. In de schuur van ’t Kasteelke kunnen we ons rustig klaarmaken en brieft Theo ons over de race.

Verzamelen bij ’t Kasteelke.

De briefing door organisator Theo.
Start
Om stipt 5.01 uur vertrekken we; de duisternis in. De eerste kilometers zit ik redelijk vooraan in de groep om een beetje ruimte te hebben. Geleidelijk zak ik af en probeer mijn eigen tempo te vinden. Lang lopen we trouwens niet in het donker. Na zo’n drie kwartier kan de hoofdlamp uit, want de zon komt op.

Klaar voor de start.

De eerste kilometers in het donker.
Materiaalpech
Na een kilometer of tien krijg ik materiaalpech. De ritssluiting van het bovenvak van mijn racevest ontspoort en dus wil het vak niet meer dicht. Behoorlijk onhandig, want met de flap open puilen mijn waterzak en windjackje eruit. Met de veiligheidsspeldjes van mijn startnummer sluit ik het bovenvak zo goed mogelijk af. Niet ideaal, maar je moet wat. De rest van de tocht ontzie ik het bovenvak zoveel mogelijk. Tijd voor een nieuw vest.

Het wordt licht.
Blubber
Inmiddels zijn mijn voeten in een zompige grasstrook al enigszins nat geworden, maar in de Castenraysche Vennen is er helemaal geen houden aan. We ploeteren door de natte blubber en glijden alle kanten op. Door een navigatiefoutje maak ik nog wat extra meters in dit overigens prachtige gebiedje.

De Castenraysche Vennen.

Door de blubber.

Stepping stones.
Maria
Langs de Lollebeek bereiken we natuurgebied Breehei. Hier slingeren we door het bos naar de eerste controlepost (CP1). Onder het toeziend oog van Maria tanken we naast het kapelletje even energie bij.

Langs de Lollebeek.

Natuurgebied Breehei.

CP1.
Oorlogsbegraafplaats
Acht kilometer verderop bereiken we de Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn. Met bijna 32.000 graven is dit veruit de grootste oorlogsbegraafplaats in Nederland. De aanblik van zóveel kruizen is indrukwekkend en surrealistisch. Uit respect voor de overledenen wordt op de begraafplaats niet gerend, maar gewandeld.

Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn.

Kruizen zover het oog reikt.

Herdenkingsmonument.
Kazematten
Iets verderop worden we wederom herinnerd aan de Tweede Wereldoorlog. Langs het Defensiekanaal rennen we ruim vier kilometer langs kazematten van de Peel-Raamstelling. Succesvol was deze Nederlandse stelling niet, maar er zijn nog volop overblijfselen van te vinden.
Na bijna veertig kilometer bereiken we de tweede controlepost (CP2) in Griendtsveen. Hier liggen ook de dropbags, zodat ik mijn energievoorraad kan aanvullen.

Kazemat van de Peel-Raamstelling.

Griendtsveen.
Mariapeel
We zetten onze koers voort door natuurgebied de Mariapeel met prachtige uitzichten. Verderop in het Mariaveen passeren we het vliegtuigmonument ter nagedachtenis aan in totaal 21 Britse militairen, die bij vijf crashes in het Peelmoeras tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld.
Via het dorpje Helenaveen belanden we na zo’n 59 kilometer bij de derde controlepost (CP3).

Mariapeel.

Mariapeel.

Vliegtuigmonument Mariaveen.
Graspaden
Het stuk tussen CP3 en CP4 kenmerkt zich voornamelijk door graspaden. In hoofdlijnen volgen we de loop van de Groote Molenbeek. Bij de vierde verzorgingspost (CP4) in natuurgebied ’t Ham doe ik me tegoed aan een punt kruimelvlaai. We zijn tenslotte in Limburg.

Over graspaden.

Langs de Groote Molenbeek.

Wegkruis.

Vlaai bij CP4!
Bar en boos
Het stuk na de verzorgingspost is bar en boos. Met de vlaai nog in mijn handen ploeter ik ongeveer 500 meter enkeldiep door de modder en kniediep door het water.
Aan de andere kant van de A73 wisselen bospaden en maaipaden elkaar af. Ik krijg het zwaar, maar af en toe is er gelukkig gezelschap van medelopers. Zo loop ik een heel stuk samen met Jan, maar die kan ik tot de vijfde controlepost (CP5) op 85 kilometer nét niet bijbenen. Bij deze post ligt ook mijn dropbag weer klaar.

Modder.

Heel veel water.

We steken de A73 over.

Over stugge maaipaden.
Regen
Ik vul mijn rugzakje met energie en ben snel weer weg. We lopen nu een aantal stukken langs de Maas. In de verte zie ik de lucht betrekken en niet veel later begint het inderdaad te regenen. Ik trek mijn regenjasje aan.

Oei. Daar komt regen aan.

Daar heb je het al!
Bijgehaald
In de buurt van Lottum na zo’n 93 kilometer word ik bijgehaald door Jan. We lopen weer een stuk samenop, maar uiteindelijk moet ik hem toch weer laten gaan.

In de buurt van Lottum.

Toepasselijk bankje.
Slootje
Op enige afstand zie ik hoe Jan zich door een slootje worstelt. Het ziet er niet diep uit, dus het zal wel meevallen toch? Nee dus. Bij mijn eerste stap sta ik al kniediep in de water. Als ik de volgende stap wil zetten, zak ik verder weg in de modder en sta ik tot halverwege mijn bovenbeen in het water. Dit watertje is nog best een pittig obstakeltje. Helemaal door de blubberzone die na het slootje ligt.
Broekhuizen
Langs de Maas lopen we verder naar de zesde controlepost (CP6) bij Broekhuizen. Daar hebben ze bouillon. Dat gaat er wel in! Eventjes zitten en bijkomen. Maar niet te lang, want dan worden de spieren stijf.

Langs de Maas.

CP6 bij Broekhuizen.
Schuitwater
Net voor Jan verlaat ik de controlepost weer, maar al snel haalt hij me weer bij. De laatste dertien kilometer lopen we samen naar de eindstreep.
We begrijpen wel waar natuurgebied Schuitwater zijn naam aan ontleent, want het gebied staat blank. Op een overstroomd bospad gaat Jan bijna kopje onder. Ook verderop is het water, water en nog eens water.

Water, water…

en nog eens water.
Rode tent
Op zes kilometer voor de streep bereiken we de laatste controlepost (CP7). In de rode tent op een bospad drinken Jan en ik weer een bouillon. Ook hier is de ontvangst hartelijk, zoals bij alle controleposten. De behulpzame vrijwilligers maken deze tocht extra leuk.

CP7.
Twee minuten stilte
Inmiddels is duidelijk dat Jan en ik niet voor 20 uur zullen finishen. Een belangrijk gegeven, want vandaag is de Nationale Dodenherdenking. Op zo’n drie kilometer voor de streep stoppen we langs de kant en nemen twee minuten stilte in acht.
Naar de eindstreep
Daarna hobbelen Jan en ik door naar Meerlo. Na ongeveer 15 uur en 30 minuten zijn we terug bij ’t Kasteelke. Daar worden we warm ontvangen en krijgen als beloning een fraai loopshirt plus de gelamineerde finishersmedaille. Met liefde gemaakt en dus extra waardevol. Als extra beloning zijn er ook broodjes frikandel en biertjes.

Water op de rijbaan.

We lopen Meerlo binnen.

Binnen!

Nog meer beloningen.
De statistieken

De statistieken.
Bedankt!
Wat een mooi loopavontuur was dit! Natuurlijk heb ik af en toe de modder en het water vervloekt, maar de route door het Limburgse land was prachtig. Organisatie en vrijwilligers, bedankt voor deze tocht en de goede zorgen!

Fraai shirt.

Met achterop de namen van de deelnemers én vrijwilligers.

Wat een mooi verslag Nico, dankjewel! Groetjes, Karin
Hoi Karin, bedankt! Jullie nogmaals bedankt voor de organisatie! Jullie hebben een erg leuk evenement neergezet.