Noardlike Fryske Wâlden
In oktober kreeg ik een bericht van Johannes en Rob. Of ik mee wil doen aan de ultraloop die ze organiseren over het streekpad Noardlike Fryske Wâlden. Uiteraard heb ik belangstelling voor 165 kilometer sightseeing Friesland! Bovendien gaan we in het smûke coulisselandschap cultuursnuiven, want Johannes en Rob schrijven een documentje met achtergrondinformatie over plekken langs de route.

Omleiding
Zo zet ik op zaterdagmiddag koers naar de startlocatie in Veenwouden: boerderij De Omleiding. Die naam is een eerbetoon aan Jappie Broersma, de markante kroegbaas van de drijvende kroeg De Beuker in het nabijgelegen Bûtefjild. Vanwege zijn bypass-operatie stond hij bekend als Jappie Omleiding, een geuzennaam die hij met trots droeg.

Verzamelen bij Boerderij De Omleiding.
Scherjontsjes
Er verzamelen zich negen hardlopers, terwijl vier wandelaars ’s ochtends al eerder zijn vertrokken voor deze monstertocht. Ook Rutger Wagenaar is aanwezig. Hij loopt niet mee, maar verbeterde onlangs het record op deze route naar een tijd van 17:18:54 uur.
Iets voor twee uur begeven we ons naar het startpunt bij natuurgebied Bûtefjild. Daar geeft de kersverse recordhouder het officiële startsignaal door drie keer met zogenaamde scherjontsjes (Friese klompen) op elkaar te slaan.

De startstreep.

Huidig recordhouder Rutger Wagenaar geeft het startsignaal.
Trynwâlden
De eerste kilometers lopen we door het natuurgebied Bûtefjild en vervolgens naar de Trynwâlden, een zandrug met daarop een aantal dorpen. De naam Trynwâlden heeft een van de meest charmante oorsprongsverhalen van Friesland.
Volgens deze sage is de naam afgeleid van Tryntsje wâlden, naar Tryntsje (Catharina), een rijke vrouw, die zeven boerderijen en zeven zonen zou hebben gehad. Elk van deze zonen zou na haar dood een van de boerderijen hebben geërfd en op deze locatie een dorp hebben gesticht. Zo zou de oudste, genaamd Alde, Aldtsjerk (Oudkerk) hebben gesticht. Haar andere zonen – Oene, Reade, Wynse, Gyke, Rypke en Tyte – zouden Oentsjerk (Oenkerk), Readtsjerk (Roodkerk), Wyns (Wijns), Gytsjerk (Giekerk), Ryptsjerk (Rijperkerk) en Tytsjerk (Tietjerk) hebben gesticht.
Tijdens onze tocht lopen we door vijf van de zeven dorpen. Daarbij passeren we ook de adellijke landgoederen De Klinze in Aldtsjerk en Stania State in Oentsjerk. Beide tuinen zijn in de negentiende eeuw ontworpen door de bekende tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard.

Door natuurgebied Bûtefjild.

Over de Jappie Broersma-brug.

Readtsjerk.

De Klinze in Aldtsjerk.

Het adelijke bos van Grikelân en Turkije.

Stania State in Oentsjerk.

Graspad naar Gytsjerk.
Kronkelen
Na zo’n 19 kilometer gaan we bij Bouwepet de natuur weer in en lopen verderop door het Ottema-Wiersmareservaat. Na het dorpje Feanwâldsterwal belanden we in de periferie van Hurdegaryp bij de eerste waterpost. Op één geplande afhaker is de groep hardlopers nog compleet.

Streekpad Noardlike Fryske Wâlden.

Bouwepet.

Naar het Ottema-Wiersmareservaat.

We kronkelen naar Hurdegaryp.
Krentenbollen
Via Quatrebras lopen we door naar Noardburgum. In dit stuk bungel ik een tijdje achter de groep aan, maar verderop vind ik weer aansluiting. In Burgum stap ik samen met Klaas Jan even van de route. Hij heeft bij zijn huis een eigen verzorgingspost ingericht en zijn aanbod voor een paar krentenbollen klinkt mij goed in de oren. De rest van de groep loopt door.

Quatrebras.

Op weg naar Noardburgum.

Scherjontsjes.

Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden.

Volg de markeringen.

Tsjoegensreed.

VP Burgum.
De Alde Feanen
Na deze opknapbeurt loop ik samen met Klaas Jan door naar de volgende langere stop in Earnewâld, bijna twintig kilometer verderop. Vooral het tweede deel van dit traject is prachtig. Net voorbij Sigerswâld belanden we in Nationaal Park De Alde Feanen, een uniek natuurgebied met water, rietlanden, moerasbossen en open veenlandschap. In het laatste stukje over vlonderpaden en grasdijken loopt Klaas Jan bij mij vandaan, maar tot Earnewâld kan ik hem in het zicht houden.

Op weg naar de Alde Feanen.

De Alde Feanen.

De Alde Feanen.

Vlonderpad.

Grasdijk.

Langs het water.
Earnewâld
Earnewâld is het kloppende hart van de Friese watersport. Het dorp is uniek omdat het bijna volledig wordt omsloten door water en moerasbos. Bij hotel Princenhof tref ik de meeste andere hardlopers weer. Helaas voelt Rob zich niet fit en besluit hij zijn tocht te staken. Voor Klaas Jan was dit al het geplande eindstation en ook twee andere hardlopers zijn al eerder volgens planning afgehaakt.
In de eetzaal zoek ik de wandelaars Janneke, Gerik en Adrie nog even op. Zij hebben net lekker hebben gedineerd en zijn bijna klaar om weer op pad te gaan.

Hotel Princenhof.
Reeën
Even later heb ik mijn spullen ook weer op orde en begin samen met Johannes aan het volgende stuk. We zien de zon langzaam zakken onder de horizon. In de schemering rennen diverse reeën over de weg en door de weilanden. Prachtig om te zien.

We zijn weer onderweg.

Samen met Johannes.

Het wordt donker.
Duisternis
In de buurt van Oudega is het echt donker en gaat de hoofdlamp aan. Door Opeinde en langs het meer De Leijen gaan we op weg naar Eastermar.

De Sint-Agathakerk in Oudega.

Door het donker.
Pasta
Rond middernacht staat het broertje van Johannes in Eastermar klaar met pasta. Dat gaat er wel in! We vullen onze watervoorraad bij en een klein half uur later gaan we weer op pad. Van dat stilstaan heb ik het best koud gekregen.

Pasta party.
Meer gezelschap
Inmiddels hebben er ongeveer 80 kilometer opzitten. In it Heechsân staat Wijtse klaar, die afgesproken heeft om zo’n 25 kilometer met Johannes mee te lopen. Af en toe bungel ik aan het elastiek bij het tweetal, maar steeds haal ik ze ook weer bij.
Verderop in Rottevalle treffen we ineens Teun. Hij lag na de tussenstop in Earnewâld soms een half uur op ons voor, maar heeft een flinke energiedip gehad. Met z’n vieren trekken we verder door de nacht.
Ongepolijste charme
De route voert pal langs het hoofdveld van de Sportvereniging Houtigehage, waar we kennismaken met een stukje lokale folklore dat symbool staat voor de ongepolijste charme van de club. Het zeer eenvoudige buitentoilet staat verbeeldt de geen-fratsen-mentaliteit. Met de aanblik op het gebouwtje werd de tegenstander alvast mentaal voorbereid op de wedstrijd: koud, sober en intimiderend. Het was ook de plek van de pisbak-diplomatie, waar de tactiek voor de tweede helft werd besproken. Tevens werden er grappen uitgehaald. Het verhaal gaat dat supporters van de tegenpartij daar soms “vriendelijk” werden opgesloten of dat er plotseling een rotje naar binnen vloog.

Pisbak.
Honderd kilometer
Het bereiken van de 100-kilometergrens is uiteraard een feestelijk moment, ook al omdat dit precies plaatsvindt op de twee kilometer Groningse grond die deze tocht rijk is.
Bij de karakteristieke kerk van Surhuizum tappen we water bij. Een paar kilometer verderop nemen we afscheid van Wijtse. Zijn tocht zit erop.
Het gebied rondom Drogeham kenmerkt zich door kleine karakteristieke huisjes. Vroeger was dit een arm gebied. Volgens een sage gold het ongeschreven volksrecht dat arbeiders tijdens de nacht een plaggenhut bouwen. Deze mocht permanent blijven staan als de schoorsteen de volgende ochtend rookte.
Zonsopkomst
Rond vijf uur breekt de dageraad aan en een uurtje later komt de zon op. Toevallig lopen we net door natuurgebied de Twizelermieden. De zonsopgang en de dauw zorgen voor een spectaculair begin van de dag. Ik was even achterop geraakt bij Johannes en Teun, maar geleidelijk kom ik weer bij ze in de buurt.

De dageraad.

Zonsopkomst boven de Twizelermieden.

Buitentoilet.
Koffie!
Na 126 kilometer staat uitvaller Rob klaar met koffie. Heerlijk! Op verzoek heeft hij zelfs gekookte eieren meegenomen. Wat een service.

Verzorging door Rob.

Koffie!
Ploeteren
Met z’n drieën proberen we tot de finish een vast ritme te houden. Ongeveer 2,5 kilometer dribbelen en dan een stukje wandelen. Eigenlijk willen we samen finishen, maar met mijn geploeter krijg ik steeds meer moeite om Johannes en Teun bij te houden.
In Kollum sluit Janne aan voor de laatste 25 kilometer. Verderop in Kollum passeren we de afbeelding van Foekje Dillema op de Meckema State. Een van de beste Friese atletes ooit woonde zelf ook in het verzorgingstehuis.

Paradyske.

Afbeelding van Foekje Dillema op de Meckema State in Kollum.
Ritme
Twintig kilometer voor de eindstreep besluit ik het groepje van drie even te laten gaan. Ik loop boven m’n toeren en moet in mijn eigen ritme zien te komen. Wonderwel lukt dat ook nog. In de Sweagermieden krijg ik weer een beetje de smaak te pakken en heb ik het drietal in het zicht.

De Hervormde Kerk in Westergeast.

Door de Sweagermieden.
Slotfase
Op twaalf kilometer van de streep staat Rob wederom klaar met eten en drinken. We tanken even bij en gaan de slotfase in. Het drietal kan ik niet bijbenen en ik besluit in m’n eigen tempo door te lopen. Net binnen de 23 uur passeer ik de eindstreep en word bij boerderij De Omleiding enthousiast onthaald. Als aandenken ontvang ik een prachtig wegwijzertje.

Nog 12 kilometer te gaan.

Natuurgebied Bûtefjild.

Finish!
Wegwijzertje
Na de finishfoto met Teun en Johannes fris ik me op en plof dan op het terras neer. Eventjes bijkomen. Wat was dit een prachtige tocht met leuke medelopers, helpers en publiek. Johannes en Rob, enorm bedankt voor de organisatie!

Finishfoto van de hardlopers.

Een prachtig aandenken aan een prachtige tocht.
Meer lezen
Er valt nog meer te lezen over deze tocht:
- De verslagen van Janneke en Gerik staan op de website van Artemis Winsum
- Esther Broenink schreef een artikel in de Leeuwarder Courant

Prachtig prachtig